Een dag na je chemokuur een Zware Tour dressuurproef rijden. Bodien Grijpstra uit het Groningse Sebaldeburen presteerde het. Ze debuteerde met een lijf vol medicijnen zelfs in de Grand Prix. En daar bleef het niet bij. Eind vorig jaar behaalde ze, als allereerste wereldwijd met een Fries paard, tevens het allerhoogste niveau binnen Working Equitation. Aan Bit&Cap vertelt ze haar indrukwekkende verhaal.
“Kijk dan,” zegt Bodien Grijpstra, terwijl Friese hengst Theodoor met half gesloten ogen zijn grote hoofd op haar schouder legt. “Ik heb allemaal van die knuffels hier. De paarden hebben me er echt doorheen gesleept. Zonder hen had ik het niet gered.”
Het is intussen vijf jaar geleden dat Bodien de diagnose borstkanker kreeg. Op papier is ze genezen. Maar nog elke dag kampt ze met de gevolgen van haar ziekte. Toch prijst ze zich gelukkig en dankbaar; voor het leven, haar man Martijn, familie en vrienden en niet in de laatste plaats haar paarden, bij wie ze behalve troost ook de kracht en uitdagingen vond waardoor ze létterlijk van de bank afkwam.
Onbevangen paardenmeisje
Bodien groeide op in het Friese Hantum, niet ver van de Noordzeekust. Op jonge leeftijd verloor ze haar hart aan Marijke, de jonge FriesxWelsh-kruising van haar opa. Het koppel deinsde nergens voor terug, vertelt ze.
“We reden vaak zonder zadel over de Zeedijk, wat niet mocht. Dan kwam de boer op zijn trekkertje achter me aan, galoppeerden wij weg en sprongen over het hek. Ik denk dat ik daar mijn stevige zit heb ontwikkeld, haha!”
De twee zouden het ver schoppen in de springsport. Mede dankzij de inzet van Bodiens ouders, die hen ondersteunden waar het kon.
“Ze brachten ons overal heen. Naar wedstrijden en naar goede instructeurs. Mijn moeder is destijds zelf een instructeursopleiding gaan volgen, om te weten wat ik eigenlijk aan het doen was.”
Na haar ponytijd kwam Bodien in contact met Bareld Veenstra, een fokker van Friezen in Lucaswolde. Al snel ging ze zijn paarden rijden en werd dressuuramazone.
Ondanks haar talent, koos Bodien voor een studie en toekomst buiten de paardensport. Ze werd uiteindelijk docente Nederlands en decaan op een middelbare school in Drachten. Het betekende een hoop heen en weer gereis tussen thuis, school en de paarden.
Foute boel
Groot was de vreugde toen Bodien de kans kreeg om samen met haar ouders en Martijn een prachtige stek te kopen in Sebaldeburen – mét ruimte voor haar, op dat moment drie paarden. Maar de blijdschap was van korte duur.
Bodien: “Op aandringen van Martijn ging ik begin december ‘21 opnieuw naar de huisarts. We hadden al eerder een knobbeltje ontdekt aan de zijkant van mijn rechterborst. Een cyste, volgens de huisarts. Maar het ging niet weg, waarop Martijn een bezoek aan het ziekenhuis afdwong.”
Daar bleek al snel dat er meer aan de hand was. Na een foto, een echo en een biopt werd Bodien, zich totaal niet bewust van de ernst van de onderzoeken, geconfronteerd met het slechte nieuws. Ze herinnert het zich als de dag van gisteren.
“Er werd mij even verteld dat het hoogstwaarschijnlijk foute boel was. Waar ben ik in beland?!, ging er door me heen. Ik ging hier alleen even heen om Martijn gerust te stellen! Niet om dít te horen!”
Het bleek te gaan om twee zogenaamde hormoongevoelige tumoren, met uitzaaiingen. Naast operaties, chemokuren en bestralingen, werd haar in een later stadium antihormoontherapie aangeraden.
In de tussentijd probeerde Bodien, tegen beter weten in, door te gaan met trainen en het rijden van dressuurwedstrijden.
“Ik stak liever mijn kop in het zand en deed min of meer of de ziekte er niet was. Een dag na mijn eerste chemo, eind mei ‘22, heb ik nota bene mijn debuut gemaakt in de Zware Tour, met mijn Hannoveraan ruin Sted (Rocksted). Ik had zoiets van: nú kan ik rijden. Wie zegt dat ik dat volgende maand nog kan. Dus we gaan ervoor! Ik was heel slap en misselijk en had niet gegeten. De chemo gierde door mijn lijf. Maar Sted was fantastisch. Hij nam me mee die proef door. Hij deed het echt voor mij. Zó gigantisch lief.”
In de zomer ging het echter in rap tempo achteruit met Bodien. De bijwerkingen van de chemo waren dusdanig heftig dat de behandelingen zelfs tijdelijk werden gestaakt.
De helende rol van de paarden
“Heel soms kroop ik nog in het zadel. Verder dan een beetje stappen kwam ik niet, maar voor mij was dat een topdag,” vervolgt ze. “Bij de paarden voelde ik me sowieso beter. Binnen op de bank was ik een zielig muisje, maar wanneer ik even bij hen was geweest, kon ik weer een beetje lachen. Puur door hen vond ik de kracht om af en toe van die bank af te komen. Dan ging ik in de stal zitten, met uitzicht op twee grote voorbenen en enorme hoeven en kwam er zachtjes een hoofd tegen me aan. Ze waren allemaal ontzettend lief en voorzichtig met me.”
In de herfst was Bodien lichamelijk voldoende op krachten om de chemokuren weer aan te kunnen. Rijden op hoog niveau was helaas te zwaar. Waarop de immer ambitieuze Friezin iets anders bedacht.
“Mijn oude rijvereniging organiseerde in maart ’23 een clinic Working Equitation, een zeer veelzijdige, op het werken met vee gebaseerde Zuid-Europese ruitersport waarbij veelzijdigheid, wendbaarheid en een hechte samenwerking tussen paard en ruiter centraal staan. Het instapniveau bij Working Equitation was, vergeleken met de dressuurproeven die ik gewend was, heel goed te doen. Dus besloot ik met Mats (Matsje BV) een Friese merrie van Bareld, mee te doen aan een wedstrijd. Die ging zo goed dat ik ons ook maar heb ingeschreven voor het NK. Ik had wel pijn, maar het was ontzettend fijn om een doel te hebben, om ergens naartoe te werken. Het gaf me energie. Mats, altijd overal voor in, werd mijn benen. Ik kon haar rijden op mijn gedachten. Feitelijk had ik helemaal geen spierkracht nodig. Met de oortjes naar voren werd ze Nationaal Kampioen!”
Grand Prix met een chemobrein
Op de achtergrond sluimerde Bodiens wens om met Sted uit de komen in de Grand Prix. Als gevolg van haar ziekte had ze daarvoor niet de benodigde winstpunten bij elkaar kunnen rijden. Maar waar een wil is..
Bodien: “Een kennis van mij organiseerde in het najaar een wedstrijd ten bate van Pink Ribbon. Zo ontstond het idee om daar met Sted een Grand Prix-proef te laten zien, gekoppeld aan een donatieactie voor onderzoek naar kanker. Speciaal voor de gelegenheid regelden we zelfs internationaal jurylid Jan Enne Kloosterboer. Middels die proef kon ik wat terugdoen; voor de artsen en verpleegkundigen en al die lieve mensen om me heen die zich zo machteloos voelden. Zij konden nu iets doen door te doneren. Tegelijkertijd waren de donaties en steun voor mij een schop onder mijn kont om het daadwerkelijk waar te maken. Op den duur had ik thuis met Sted alle Grand Prix-onderdelen wel los van elkaar gereden, maar niet als hele proef achter elkaar. Het was bovendien maar de vraag of ik die zou kunnen onthouden met mijn chemobrein. Maar het lukte! Sted deed ongelooflijk zijn best! Hij voelde dat er iets bijzonders gaande was.”
Het ergste leek achter de rug. Alleen nog antihormoontherapie en dan kon Bodien het ziek zijn eindelijk achter zich laten - dacht ze.
“Eén klein pilletje per dag. Maar de consequenties.. Een hel. Álles deed me pijn. En als gevolg van een zeldzame bijwerking viel mijn rechterbeen vaak compleet uit. Ik kon vrijwel niks meer. Lag alleen nog maar op de bank. Verschrikkelijk.”
Als òp het paard niet meer lukt, dan maar erachter op de wagen, bedacht Bodien. Zo kon het gebeuren dat Mats, werkwillig als de merrie is, ook menpaard werd. En met succes; binnen een paar maanden wonnen de twee de nationale titel bij de Friese paarden.
Tegen alle verwachtingen in kreeg Bodien het eind ‘24 alsnog voor elkaar haar officiële Grand Prix-debuut te rijden. Op wilskracht, maar bovenal dankzij de inzet van Sted en de onmisbare hulp van haar ouders, Martijn en instructeur Marc Peter Spahn, benadrukt ze.
Friese hengst
Rond kerst was ze er slechter aan toe dan ooit. Niet bepaald een goed moment om over te gaan tot de aanschaf van een nieuw dressuurpaard. Laat staan een hengst.
“Totaal niet!”, reageert Bodien. “Ik vond het aan alle kanten een slecht plan. Ik reed op dat moment amper en had vrijwel geen kracht in mijn benen, maar ik voelde me direct totaal safe op Theo (Theodoor). Het was zo gaaf om hem te rijden! Wij doen dit samen, leek hij te zeggen. Zo keek hij naar me. Ik was op slag verliefd.”
Behalve voor de dressuursport leek Theo daarnaast uitermate geschikt voor Working Equitation. Waarop Gemma Broeze-Nienhuis, de Working Equitation-bondscoach, opperde om de combinatie te begeleiden naar de Masterklasse, het allerhoogste niveau.
“Theo laat prachtige vliegende wissels zien. Die zijn voor de Masterklasse noodzakelijk,” legt Bodien uit. “Niet alleen in het dressuuronderdeel van de wedstrijd, maar ook in het obstakelparcours.”
Aanvankelijk vond Theo al die enge objecten in de bak maar niks. Daarbij vond hij stilstaan verrekte lastig. “Dan ging-ie piafferen,” lacht Bodien. “Logisch. Als dressuurpaard had hij geleerd om continu ‘aan’ te staan. Maar een Working Equitation-paard moet kunnen schakelen; die moet af en toe kunnen wachten om dan weer te gáán.”
Eerste Fries in Masterklasse
Toch besloot ze om Theo, onder begeleiding van Gemma, Working Equitation School Vreedenburgh en Boavista Equine, op te leiden voor de Masterklasse.
In korte tijd kregen paard en amazone alle onderdelen van de Masterproef onder de knie. Zelfs het rijden op één hand met in de andere de ‘garrocha’, wat fysiek heel pittig was voor de herstellende Bodien. Maar deelnemen aan een wedstrijd leek haar wat vroeg.
“Daar waren we nog niet klaar voor, vond ik. Maar goed, ik had ook al eens een Grand Prix-proef gereden terwijl ik dacht dat ik daar niet aan toe was,” zegt ze droog.
Ze glimt van trots wanneer ze vertelt over Theo en zijn uitzonderlijke prestatie door afgelopen november als allereerste Friese paard alle drie de onderdelen van de Masterproef met goede scores uit te rijden.
“Ik had nooit durven dromen dat de dressuurproef en de stijltrail, het parcours met obstakels, op één hand rijden zo goed zou gaan! En dat Theo daarna in de speedtrail zo snel zou zijn, verraste mij compleet!”
Gewoon doen
Vijf jaar na haar diagnose is Bodien grotendeels hersteld. Volledig de oude wordt ze nooit meer, beseft ze elke dag opnieuw.
“Ik ben nooit helemaal pijnvrij. Daardoor rijd ik lang niet zoveel als ik zou willen. Gelukkig is er altijd wel iets dat ik wél kan doen met de paarden. Plannen voor de toekomst? Ik wil nu eerst vooral genieten van mijn paarden en de band die ik met hen heb opgebouwd. Maar als ik iets doe, ga ik ervoor. Dat is, naast dat ik Working Equitation heb ontdekt, het enige goede dat de ziekte me heeft gebracht; ik ben een stuk minder perfectionistisch dan voorheen. Wat vandaag kan, moet je niet uitstellen. Dat moet je gewoon doen!”