A’j-plat-könt PRAOTEN

In deze rubriek vertellen zangers, dichters troubadours en anderen wat de streektaal voor hen betekent.

Naam: Robbert Oosting (34)

Beroep: Verslaggever / programmamaker bij RTV Drenthe. Bij het publiek vooral bekend als weerman. Als een van de weinige jongeren spreekt Robbert Drents op de zender.  

 

Wat heb jij met de Drentse taal?

Die heeft er bij mij altijd ingezeten. Ik hoorde in mijn jeugdjaren in Hooghalen genoeg Drents om me heen, maar de gelegenheid om de taal daadwerkelijk te spreken, deed zich niet voor. Mijn ouders praatten weliswaar Drents tegen elkaar, maar ze hebben mij en mijn zusje bewust Nederlandstalig opgevoed, vanuit het idee dat we dan later meer carrière mogelijkheden zouden hebben. Ook met vrienden sprak ik het niet. We spraken met een accent, maar niet echt Drents. Pas bij RTV Drenthe kreeg ik de mogelijkheid om in de streektaal te praten. Vanaf dat moment kon ik er actief mee bezig gaan, doordat ik als verslaggever in situaties terechtkwam waarin ik Drents kon spreken. Dat voelde direct vertrouwd.

 

Omschrijf dat gevoel eens?  

Die vraag heb ik zelf als programmamaker ook regelmatig gesteld. Een gevoel van thuiskomen, hoor ik vaak. Ik denk dat dat het meest in de buurt komt. Het is het gevoel dat je onderdeel uitmaakt van een groep mensen waar je vertrouwd mee bent. Wanneer iemand Drents of Nedersaksisch tegen mij praat, heb ik meteen het idee: dat is goed volk, dat is iemand die bij ‘mijn wereldje’ hoort. In die persoon heb ik dan direct ‘fedusie’. Ik ben nu mijn huis aan het verbouwen. Een boerderij in Hooghalen uit 1925, die al sinds de bouw in eigendom is van onze familie. Wanneer ik advies of bouwmateriaal nodig heb en ik bel bijvoorbeeld een leverancier in Twente, gaan we beiden vanzelf plat praten. Want we komen uit dezelfde buurt. We zijn allebei Nedersaksen. Dat hoor je. Dan krijgt zo’n gesprek een heel andere wending. Een bepaalde afstandelijkheid is in een keer weg.

 

Ben je trots op de Drentse taal?

Ik ben hier toevallig geboren. Maar Ik voel me wel een Drent. Dat heb ik altijd gehad. Van kinds af aan. Je afkomst moet je niet verloochenen, vind ik. Daar is de taal een onderdeel van. En dan bedoel ik vooral het Zand-Drents. Kijkend naar de geschiedenis, is dat de meest pure vorm van de Drentse taal. Veenkoloniaal Drents heeft veel meer raakvlakken met het Gronings. Maar aan de andere kant van de Hondsrug zijn ze niet minder Drents natuurlijk. Dat zit ook in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ik had ooit verkering met een meisje in Rotterdam. In de koopgoot heb ik eens bijna slaande ruzie gehad met iemand die dacht dat ik hem de gek aanstak, omdat ik ‘moi’ zei. Maar ik was gewend om elkaar op straat te groeten.

 

Hoe belangrijk is het in jouw ogen dat het Drents blijft bestaan?

Geïsoleerd als Drenthe vroeger was, waren de mensen hier op elkaar aangewezen. Daardoor zit er een zekere teruggetrokkenheid in de aard van de Drent. Een bepaalde bescheidenheid en ingetogenheid. Die hoor je terug in de taal. ‘Kon minder’ is daar een mooi voorbeeld van. Wij zullen niet zeggen dat we iets fantastisch vinden. Terwijl we dat misschien wel bedoelen. Een Drent heeft aan een half woord genoeg. ‘Hoe is’t? Oeaah.’ Dan heb je al een gesprek. Wanneer de taal verdwijnt, verdwijnt die cultuur ook. Dat zou ik heel jammer vinden. Dat taal verandert, daar ontkom je niet aan. Zelfs de oma van mijn vriendin, die alle oude Drentse woorden en zinsconstructies nog kent, gebruikt die niet meer. Toch probeer ik lichtvoetig, een beetje tegen beter weten in, de Drentse taal zo lang mogelijk in stand te houden.

 

Kun je je voorstellen dat je RTV Drenthe ooit verlaat? Of de provincie?

Nee, niet als ik niet weg hoef. Ik ben hier, bij RTV Drenthe, nog lang niet klaar. Mooie programma’s maken, waarin ik tegelijkertijd mijn provincie een warm hart toedraag; dat is wat ik wil. Of mensen verbinden, door iets ludieks te doen. Zoiets als Dreuge worst TV, wat niets meer was dan twee weken lang een camera gericht op tien drogende worsten. Maar er werd volop over gepraat. We haalden er zelfs het landelijke nieuws mee.

 

Wat vind jij het mooiste Drentstalige woord?

In het weerbericht gebruik ik graag oude Drentse woorden en uitdrukkingen. Om die in zwang te houden en omdat ik weet dat mensen het mooi vinden. ‘Boezig’ bijvoorbeeld; onstuimig. Maar het mooiste.. Dat is een momentopname. Onlangs hoorde ik iemand zeggen: ‘Die hef de mieste stoet wal had’. Oftewel: die is op leeftijd. Dat vond ik een hele mooie, waarin je ook de Drentse ingetogenheid terugziet; de nadruk ligt feitelijk op wat de spreker níet bedoelt.

 

Tot slot; hoe luidt volgens de weerman de middellange verwachting voor de Drentse taal?

‘'t Wordt een boezige periode, maor a'w een beetien geluk hebt, dan zul de zun of en toe nog deur het wolkendek hen gloepen.’ Dat hoop ik tenminste.